De incidentie van T1a‑nierkankertumoren is de afgelopen jaren sterk gestegen door toegenomen beeldvorming, vooral bij mensen van 80 en ouder. De behandeling verschoof daarbij in alle leeftijdsgroepen richting meer conservatief beleid. Bij gevorderd nierkanker worden jongere patiënten en 70–79‑jarigen steeds vaker behandeld met moderne systemische therapie, terwijl dit aandeel bij 80‑plussers nauwelijks toenam. De overleving verbeterde over de tijd, vooral in jongere leeftijdsgroepen. Bij patiënten van 80 jaar en ouder was de overlevingswinst minimaal.
Deze landelijke studie includeerde 31.591 Nederlandse patiënten met nieuw gediagnosticeerd niercelcarcinoom (RCC) tussen 2011 en 2022 en onderzocht trends in incidentie, behandeling en overleving tussen <70-jarigen, 70–79-jarigen en ≥80-jarigen. Het aandeel patiënten van 70 jaar en ouder nam over tijd toe van 42% naar 48%. De incidentie van T1a‑tumoren nam in alle leeftijdsgroepen toe, het sterkst onder 80‑plussers, waarschijnlijk door toegenomen beeldvorming.
Tegelijkertijd is de behandeling van T1a RCC verschoven van voornamelijk chirurgie en focale therapieën (zoals cryotherapie of radiofrequente ablatie) naar een meer conservatieve aanpak (‘active surveillance’/’watchful waiting’).
In de periode 2019–2022 werd dit beleid toegepast bij 83% van de 80-plussers, vergeleken met 43% van de zeventigjarigen en 19% van de jongere patiënten. Ook bij grotere tumoren (T1b–T3) werd een aanzienlijk deel van de oudste patiënten conservatief behandeld, terwijl richtlijnen eigenlijk chirurgie aanbevelen.
Bij patiënten met gevorderd RCC werd systemische therapie vooral vaker toegepast bij jongere patiënten en zeventigjarigen. Patiënten van 80 jaar en ouder kregen daarentegen vaak ‘best supportive care’, gericht op het verlichten van symptomen.
Over tijd verbeterde de overleving, onder andere door moderne systemische therapie bij gevorderd RCC.
Echter, bij patiënten van 80 of ouder met gevorderd RCC werd geen duidelijke verbetering in overleving gezien. Deze bevindingen wijzen op aanzienlijke verschillen in behandeling en uitkomst, waarbij de oudste patiënten mogelijk minder profiteren van moderne therapieën.
Omdat de levensverwachting stijgt en veel ouderen langer fit blijven, is het belangrijk dat behandelkeuzes niet op kalenderleeftijd maar vooral op basis van individuele factoren (comorbiditeiten, kwetsbaarheid en voorkeuren) worden gebaseerd.