Hoe vaak zouden vrouwen binnen de borstkankerscreening moeten worden verwezen voor aanvullend onderzoek? In de ROCS-studie analyseerden Daniëlle van der Waal (LRCB), Mireille Broeders (IQ Health) en collega’s landelijke screeningsdata om te onderzoeken hoe het verwijscijfer samenhangt met kankerdetectie. Nederlandse screeningsradiologen blijken gemiddeld al dicht bij het optimale verwijscijfer te zitten: verdere verhoging levert nauwelijks extra detectie op, terwijl het aantal fout-positieven blijft toenemen. Deze inzichten helpen bij het vaststellen van evenwichtige streefwaarden voor screening.
Binnen het bevolkingsonderzoek borstkanker is het verwijscijfer, het percentage vrouwen dat na screening wordt verwezen voor aanvullend onderzoek, een belangrijke kwaliteitsindicator. Een hoger verwijscijfer kan leiden tot meer detectie van borstkanker, maar gaat ook gepaard met meer fout-positieve verwijzingen, extra onderzoeken en onnodige ongerustheid bij vrouwen. Het vinden van een goede balans is daarom essentieel.
In de ROCS-studie onderzochten Daniëlle van der Waal (LRCB), Mireille Broeders (IQ Health) en collega’s hoe het verwijscijfer samenhangt met kankerdetectie binnen het Nederlandse bevolkingsonderzoek borstkanker. Daarbij maakten zij gebruik van landelijke screeningsdata en een praktijkgerichte analysemethode, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe veranderingen in het verwijscijfer zich verhouden tot de kankerdetectie.
De resultaten laten zien dat een stijgend verwijscijfer aanvankelijk samenhangt met een toename in kankerdetectie, maar dat deze toename bij hogere verwijscijfers steeds kleiner wordt. Tegelijkertijd blijft het aantal fout-positieve verwijzingen verder oplopen. Nederlandse screeningsradiologen blijken gemiddeld dicht bij het optimale verwijscijfer te opereren, vlak vóór het afvlakken van de detectiecurve: op dat punt is het verwijscijfer nog relatief laag, terwijl de kankerdetectie al relatief hoog is en verdere verhoging nog maar beperkte extra detectie oplevert.
Deze bevindingen laten zien dat het verwijsgedrag in Nederland goed aansluit bij een evenwichtige verhouding tussen kankerdetectie en fout-positieve verwijzingen. De ROCS-studie maakt duidelijk vanaf welk punt extra verwijzen binnen de huidige Nederlandse borstkankerscreening nog maar weinig aanvullende detectie oplevert. Het optimale verwijscijfer is echter afhankelijk van de specifieke screeningssetting en zal bij veranderingen, zoals de introductie van kunstmatige intelligentie, opnieuw moeten worden geëvalueerd. De gebruikte methode biedt daarbij een praktisch instrument om streefwaarden voor verwijscijfers binnen verschillende screeningsprogramma’s te onderbouwen en te evalueren. Zo levert de studie belangrijke handvatten voor kwaliteitsbewaking en verdere optimalisatie van de borstkankerscreening, in Nederland en daarbuiten.
van der Waal D, Abbey CK, Tetteroo E, Geertse TD, Smid-Geirnaerdt MJA, Sechopoulos I, Broeders MJM. Finding the optimal recall rate in breast cancer screening: results from the ROCS study. Eur Radiol. 2026 Mar 5. doi: 10.1007/s00330-026-12370-5. Epub ahead of print. PMID: 41781728. 38,929 4.7 5.3